|
Cansat - CompetitieCanSat competitie Ga naar de deelnemende scholen
De standaard onderdelen van een (ruimtevaart) project zoals het schrijven van een missievoorstel, systeemontwerp, documentatie, de bouw en het testen van het systeem en de lancering maken van het project een breed platform van onderwerpen waar deelnemers met een grote variatie aan interessen terecht kunnen. Daarbij zullen de deelnemers kennis maken met werken in teamverband; een belangrijke vaardigheid voor hun studie en professionele carrière. De Nederlandse CanSat competitie zal dezelfde lijnen volgen als de Amerikaanse CanSat competitie. Dit wordt gedaan gezien de plannen van onder andere ESA Education Department en vergelijkbare organisaties in de VS en Japan om uiteindelijk tot zowel een Europese als uiteindelijk een wereldwijde competitie te komen, waar winnaars uit nationale competities naartoe kunnen worden afgevaardigd. Iedere participerende groep bestaat uit ongeveer 7 scholieren. Dit zal mede afhankelijk zijn van de complexiteit van de opdrachten die dienen te worden uitgevoerd en het animo van de scholen en studenten. Bij de aanvang van het project zullen de teams worden begeleid in het ontwerpen en documenteren en door middel van workshops zullen ze achtergrondkennis en vaardigheden (solderen, meten en testen) opdoen. Daarna zal de CanSat worden gebouwd en getest om vervolgens gelanceerd te worden. Na afloop zullen de teams een presentatie geven. Het verslag, de prestaties van de satelliet na lancering, het verwerken van de gegevens en de presentatie daarover zullen bepalen welk team het algemeen beste resultaat heeft bereikt. Aan de competitie is een prijs verbonden.
|


De CanSat competitie is ontworpen om leerlingen en studenten de kans te geven om praktijk gerichte ervaring op te doen in het bouwen van een complex systeem waarin meerdere disciplines van belang zijn. Ruimtevaart is bij uitstek het vakgebied waar het multidisciplinaire karakter van wetenschap en techniek naar voren komt. Bovendien is ruimtevaart een aansprekend onderwerp dat ook bij niet-technisch opgeleide personen zoals bijvoorbeeld sommige ouders en begeleiders op school enthousiasme kan opwekken. Dit enthousiasme kan ertoe bijdragen dat de algemene houding “techniek is moeilijk” plaats gaat maken voor de houding “techniek is leuk”. Leerlingen met een latente interesse voor techniek zouden hierdoor uit hun omgeving meer stimulans kunnen krijgen om daadwerkelijk voor een studie in techniek te kiezen.





